Onze buurt

Al sinds mijn geboorte woon ik in hetzelfde huis. Ondertussen ben ik al bijna twintig jaar oud en heb het nog steeds erg naar mijn zin in dit huis. Mijn ouders zijn hier 25 jaar geleden komen wonen. Ze hadden toen een kinderwens en verhuisde daarom naar deze buurt. Er ligt een prachtig grasveld voor de deur en omdat het een hofje is, rijden er bijna geen auto’s. En wanneer er auto’s rijden, passen zij hun snelheid aan omdat ze weten dat er jonge kinderen op de straat spelen. Mijn jeugd bestond ook voornamelijk uit buitenspelen met de meisjes en jongens die ook in mijn straat woonden. We speelden vaak verstoppertje of gingen voetballen op het veld. Dit was ook ideaal voor onze ouders, meestal spraken ze af dat een van de ouders buiten zou opletten, waardoor andere ouders tijd hadden om huishoudelijke taken te doen. 

De oudere buren

Naarmate we ouder werden, hoefden de ouders niet meer op te letten. We gingen dan ook vaak met zijn alle naar de speeltuin aan de andere kant van de brug. Hier vermaakten we ons beter dan op het grasveld voor onze huizen. Niet iedereen in onze straat had jonge kinderen. Naast ons op nummer vijf, wonen bijvoorbeeld wat oudere buren. Hun kinderen zijn ongeveer even oud als mijn ouders. Dus ik zag mijn buren meer als opa en oma. Vaak als wij buiten speelden, kwamen ze ook even gedag zeggen en kijken hoe wij aan het spelen waren. Toen waren ze nog goed ter been, ze waren toen beide rond de 70 jaar oud. Maar naarmate ik ouder werd, werden zij natuurlijk ook ouder, helaas ook slechter ter been. In plaats van dat ze naar buiten kwamen om ons te begroeten, zat mijn buurvrouw bijna alleen maar achter het raam. Ze zwaaide wel altijd vrolijk als ik thuiskwam. Op een dag ben ik bij haar langs gegaan en gevraagd waarom ze niet meer buiten kwam. 

Een nieuwe rollator

Ze vertelde mij toen dat ze bang was om te vallen. Ze had het gevoel dat ze steeds meer begon te wiebelen op haar voeten. Dit gaf haar geen veilig gevoel. Ik kwam met het voorstel om samen op zoek te gaan naar een rollator. Dit leek haar een goed plan. Terwijl we thee aan het drinken waren vertelde ze mij over haar vriendinnen die ook een rollator hadden en hoe goed dit bij hun beviel. We zijn samen op jacht gegaan naar een goede rollator. We vonden er al snel een. De weken erna zag ik haar weer veel vaker naar de supermarkt lopen. Het deed mij goed om haar weer buiten te zien lopen.